freediscovery

ViceVersa: Anke van Vuuren en Henk Uittenbogaard

Studenten van de Hogeschool Leiden zijn onmisbaar voor de projecten van Free Discovery. Toch zijn er ook knelpunten in de samenwerking. Anke van Vuuren, directeur van het cluster Management en Bedrijf aan de hogeschool, wisselt met Henk Uittenbogaard van gedachten over mogelijke oplossingen. Uittenbogaard is bestuurslid van Living Lab Leiden, een platform dat innovatie in de regio Leiden stimuleert. Studenten van de Hogeschool Leiden participeren in een aantal projecten.

De vragen van Anke van Vuuren aan Henk Uittenbogaard:

Waarom werk je samen met de Hogeschool Leiden?

“Studenten van de hogeschool en de universiteit kunnen ons helpen bij nieuwe projecten die nog in de fase van onderzoek zitten. De hogeschool of de universiteit is dan de meest logische partij, studenten zijn onderzoeksgericht en creatief. Daarnaast is de prijs-prestatieverhouding gunstig en is het een manier om in contact te komen met studenten die na hun afstuderen wellicht bij het stagebedrijf aan de slag kunnen.”

Waar loop je tegenaan in de samenwerking met de hogeschool?

“De korte duur van de stages en afstudeeropdrachten van de studenten is een probleem. Vaak duurt een project langer dan deze periode. soms wel 2 tot 3 jaar, terwijl studenten maar 4 weken tot 4 maanden beschikbaar hebben. De overdracht tussen de verschillende groepen studenten verloopt moeizaam: elke groep begint steeds opnieuw met de analyse van het probleem. Daardoor is de helft van de tijd al voorbij voordat ze echt iets kunnen gaan doen. Verder ontbreekt bij complexe, multidisciplinaire projecten de samenwerking tussen de studenten van de verschillende opleidingen. Bijvoorbeeld bij het project voor het Museumjaar is het niet gelukt om de studenten commerciële economie, communicatie en ICT gezamenlijk aan het project te laten deelnemen.”

Welke oplossingen stel je voor?

“Het onderwijs zou moeten worden aangepast. Als de probleemanalyse al op school gebeurt, kunnen de studenten in het project meteen aan de slag. Daarnaast moeten er projectleiders worden aangesteld die de projecten coördineren en de continuïteit waarborgen. De hogeschool moet ervoor zorgen dat deze projectleiders er komen. Docenten kunnen deze rol niet vervullen, het moeten resultaatgerichte projectleiders zijn uit het bedrijfsleven. Eventueel kan de opdrachtgever van een project hier financieel aan bijdragen.”

De vragen van Henk Uittenbogaard aan Anke van Vuuren:

Hoe gaat de hogeschool het bedrijfsleven tegemoetkomen?

“Het plan is om een ‘kring’ te vormen waarin opdrachtgevers, studenten en docenten van alle verwante opleidingen vertegenwoordigd zijn. Deze kring gaat onderzoeksopdrachten vanuit het bedrijfsleven uitvoeren. Op 1 augustus start het onderzoek naar welke vorm zo’n kring moet krijgen. Het doel is vooral om de kwaliteit van ons onderzoek te verhogen en zorg te dragen voor de continuïteit van de projecten. Niet alleen onze studenten maar ook onze docenten zullen onderzoek gaan uitvoeren.”

Zie je wat in het idee van projectleiders uit het bedrijfsleven?

“Per onderzoeksopdracht zal één persoon van de kring de eindverantwoordelijkheid hebben voor het op te leveren resultaat. Het ligt voor de hand dat dit een docent zal zijn. Hij is niet alleen verantwoordelijk dat het project tot een goed einde wordt gebracht, maar zorgt er ook voor dat het leerproces goed verloopt. Ik zie vooralsnog geen rol voor projectleiders uit het bedrijfsleven, het coachen van studenten is een vak apart.”

Wat kan het bedrijfsleven zelf doen om de samenwerking te verbeteren?

“Belangrijk is dat alle betrokkenen zich ervan bewust zijn dat onze studenten nog aan het leren zijn. Daarvoor moeten zij de nodige ruimte krijgen. Voor de uitvoering van een project door studenten is uiteraard wat meer tijd nodig dan bij professionals het geval zou zijn. Het staat buiten kijf dat er voor de opdrachtgever een goed resultaat geleverd moet worden, maar het leerproces moet ook aandacht krijgen, zodat onze studenten zich optimaal kunnen ontwikkelen.”